Tekening met links een kat en rechts een uil met een muisje in de snavel, het geheel opgebouwd uit gekrulde lijnen en arceringen. Onder de tekening een bijbehorend versje; De kat spreekt tegen den uijl, uijl gij doet mijn onregt, de muijs is mijn toegelegt, Den uijl spreekt tegen de kat, kat gij moet weten, het ongegoste broot word 't meest gegeten.
Een gekalligrafeerde tekst, versierd met allerlei gekrulde lijnen. De tekst luidt als volgt; "Marcus Cato seijd; Is 't dat gij met moeijte ijets fraaijs ende eerlijks doet soo sal den arbeijd verdwijnen ende de deugdelijke daad sal blijven: maar is 't dat gij om een dwase begeerte ijet schandelijks bedrijft de vuijle begeerte sal daar henen vliegen ende de schandelijke daad sal u voor eeuwig bij blijven".
Een gekalligrafeerde tekst, versierd met allerlei gekrulde lijnen. De tekst luidt als volgt; "Door goedertierentheijt ende trouwe word de misdaad versoent: ende door de vreese des heeren wijkt men af van het quade al die hoog is van herten is den heere een grouwel".
Een gekalligrafeerde tekst, versierd met allerlei gekrulde lijnen. De tekst luidt als volgt; "Leser siet gij somtijds fout, fonnist daarom niet te stout, denkt den maker en al wij, zijn van fouten selden vrij". Onder de tekst een haan, opgebouwd uit gekrulde lijnen.
Een gekalligrafeerde tekst, versierd met allerlei gekrulde lijnen. De tekst luidt als volgt; "In liefde door de trouw, bestaat des menschen bouw".
Een drietal gekalligrafeerde spreuken, versierd met allerlei gekrulde lijnen. De spreuken luiden als volgt; "'Niet isser datmen ooit soo seer, beijveren moet als Godes eer', 'Gedenken aan des Hemels goed, is voor de ziele het soetste soet', Die op God staat is vrij, van schand, en spotternij'".