Album amicorum Bosboom-Toussaint Een van de meest waardevolle bezittingen van het Regionaal Archief Alkmaar is het album dat de in Alkmaar geboren schrijfster A.L.G. Bosboom-Toussaint ter gelegenheid van haar zeventigste verjaardag in 1882 ontving. Het bevat vele tot dusver onbekende aquarellen en tekeningen van kunstenaars behorende tot de Haagse School.
In het kader van het programma Metamorfoze van de Koninklijke Bibliotheek is het album gedigitaliseerd.
Het volledige album is te zien zijn op de sites van het Geheugen van Nederland en de beeldbank van het Regionaal Archief Alkmaar
Presentatie gedigitaliseerde album in 2005
Het digitale album amicorum is op dinsdag 8 maart 2005 in de Kapelkerk te Alkmaar gepresenteerd door de burgemeester van Alkmaar, drs. M. van Rossen. Tijdens de bijeenkomst ging Marita Mathijsen, hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, in op de persoon en de betekenis van mevrouw Bosboom-Toussaint. Daarna hield de heer Kees Thomassen van de Koninklijke Bibliotheek een voordracht over alba amicorum. In de foyer van het Stedelijk Museum Alkmaar was in de maanden maart en april een kleine presentatie over Bosboom-Toussaint te zien.
Het album amicorum Een groot aantal verenigingen en honderden vrienden en bewonderaars werkten in 1882 mee aan een album amicorum dat werd vervaardigd ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van de in Alkmaar geboren schrijfster Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint (1812-1886).
Het album amicorum bestaat uit een verzameling van 684 losse bladen, vergezeld van een vastbladig register met de namen van degenen die er aan meewerkten.
De verzameling losse bladen bestaat uit twee gedeelten. Het eerste deel, gevat in een afzonderlijke bruine omslag, bestaat uit tekeningen, aquarellen, foto’s, kalligrafieën en muziekstukken. De muziekstukken zijn ook te beluisteren. Het tweede deel bevat merendeels geschreven teksten. Bij dit gedeelte ontbreekt een omslag.
De totstandkoming van het album
Het album moest het hoogtepunt worden van een grootse viering, zoals een jaar eerder in België de schrijver Hendrik Conscience bij de publicatie van diens honderdste werk ten deel was gevallen. De jubilaris wachtte met lichte tegenzin op het resultaat. ‘Ik ga 82 met zekeren schrik tegemoet’, schreef ze aan haar vriend Busken Huet. ‘Na het Consciencefeest heeft men zich in Holland in ’t hoofd gesteld mijn 70sten verjaardag te vieren, en ’t is moeijelijk aan te ontkomen’. Haar echtgenoot, de schilder Johannes Bosboom, was daarentegen zeer enthousiast. De schrijfster verzuchtte: ‘Bosboom die anders zoo schuw is, helpt nu de lieden voort’. Op 16 september 1882 werd de verjaardag van de schrijfster uitbundig gevierd in het gebouw Diligentia in Den Haag, haar woonplaats. Het hoogtepunt van de viering was de aanbieding aan de jarige van het album amicorum. Een 9 personen tellende commissie, onder voorzitterschap van de letterkundige Jan ten Brink en met als leden onder meer bekende 19de-eeuwse letterkundigen zoals Nicolaas Beets, Willem Hofdijk en Carel Vosmaer, had zorg gedragen voor het totstandkomen ervan. Tijdens de uitreiking was nog niet alles gereed. Zo ontbrak nog de houten cassette, versierd met zilveren en vergulde ornamenten, waarin het losbladige album later werd geborgen.
De inhoud van het album
De lijst van hen die aan het album meewerkten levert een dwarsdoorsnede op van de 19de-eeuwse culturele elite. Schrijvers, dichters, geleerden, politici, predikanten, staatslieden en vele bekende kunstenaars werkten er aan mee. Zo treffen we gedichten aan van François HaverSchmidt (‘Piet Paaltjens’), Nicolaas Beets en J.J.L. ten Kate. Tekeningen en aquarellen zijn aanwezig van de hand van onder meer Isaäc en Jozef Israëls, Anton Mauve en Hendrik W. Mesdag. Opvallend zijn met name de vele bijdragen van predikanten, beeldende kunstenaars en van mensen uit de onderwijswereld. Dat veel beeldende kunstenaars, met name van de Haagse School, een bijdrage leverden zal te danken zijn geweest aan de echtgenoot van de schrijfster. Johannes Bosboom was erg actief in de Haagse kunstkringen. De predikanten en onderwijsgevenden zullen vooral gecharmeerd zijn geweest van de kwaliteiten van Bosboom-Toussaints werken.
De schrijfster zelf viel het tegen dat er weinig bijdragen waren van prominenten uit anti-revolutionaire kring. Over de reden daarvan schreef zij: ‘maar het zijn juist de liberalen - het zijn juist geen vrienden, noch intiemen, die de zaak op touw hebben gezet, en Beets is de eenige van mijne vrienden, die in de commissie heeft gezeten. Ook zijn er puristen onder de antirevolutionairen, die geweigerd hebben mee te doen, omdat zij met lieden als dr. Jan ten Brink onmogelijk zich tot iets konden vereenigen! Eigenlijk toch klein en bekrompen, want het was niet voor J.t.B. maar voor mij dat zij het zouden doen - toch hebben verreweg de meesten dier partij zich onthouden! en vind ik in mijn album kunstenaars en vrienden, menigte van moderne dominé’s en professoren en docenten van Hoogere Burgerscholen, die hier niet in de reuk staan van groote orthodoxe heiligheid, en van wie ik allerminst sympathie of vereering verwachtte. (...) Het bewijst ten minste dat men mij niet voor een partijgangster houdt, wat ik gelukkig niet ben.’ Lang niet alle bijdragen vielen bij Bosboom-Toussaint in de smaak. Zo had ze kritiek op de bijdrage van de katholiek J.A. Alberdingk Thijm waarop een boeket was te zien ‘met de dorens voorop - om ze niet te missen’ en vond ze het albumblad van J. Kneppelhout getuigen van ‘flauwheid’.
Zie voor verdere gegevens over het album: Bettine Siertsema, ‘Een vriendenwoordje op een los blaadje’, in: M. van der Bijl e.a. (red.), Alkmaar in de 19de eeuw: facetten van een stedelijke samenleving (Alkmaarse Historische Reeks, deel VI), Alkmaar, 1984, p. 74-92.
Het album na de dood van Bosboom-Toussaint
Na de dood van de schrijfster in 1886 werd het album amicorum door haar nabestaanden in bruikleen gegeven aan de Koninklijke Bibliotheek. Daar bleef het tot 1912. In dat jaar werd de honderdjarige geboortedag van de schrijfster in haar geboorteplaats Alkmaar uitgebreid gevierd. Zo werd onder meer een bronzen borstbeeld van Bosboom-Toussaint onthuld. Onder indruk van al die aandacht uit Alkmaar schonk de familie het album, samen met andere voorwerpen en archivalia die aan de schrijfster herinnerden, aan het Alkmaarse gemeentearchief annex gemeentemuseum. In de jaren zestig van de vorige eeuw vond een scheiding plaats van de collecties van archief en museum. Het album kwam toen in bezit van het gemeentearchief, nu Regionaal Archief te Alkmaar. De prachtig versierde houten cassette, waarin de bladen oorspronkelijk geborgen waren, is bij de scheiding van de collecties toebedeeld aan het Stedelijk Museum Alkmaar. Het is opgenomen in de vaste expositie van het museum.
Korte biografie A.L.G. ('Truitje') Bosboom-Toussaint
|

Tekening door N. Pieneman, ca. 1840
|
Anna Louisa Geertruida (haar vrienden noemden haar ‘Truitje’) Bosboom-Toussaint (1812-1886) werd in Alkmaar geboren. Na een kortstondige loopbaan als ‘schoolhouderes’ en gouvernante, debuteerde zij in 1837 met de novelle Almagro. In de volgende jaren ging ze zich toeleggen op de historische roman. Bekende titels zijn De graaf van Devonshire (1838), Het Huis Lauernesse (1840) en De Delftsche wonderdokter (1870/1871). In 1851 trouwde zij, na een ongelukkige verloving met De Gids-redacteur Bakhuizen van den Brink, de schilder Jan Bosboom. |
Behalve historische romans schreef ze ook enkele eigentijdse zedenromans. Het bekendste voorbeeld is Majoor Frans (1874), met als onderwerp ‘de strijd eener vrouw tegen zich zelve en de wereld’ zoals de schrijfster zelf aangaf. Al tijdens haar leven werd het vertaald in het Engels, Frans, Duits en Zweeds. Nog steeds wordt Bosboom-Toussaint door de literaire handboeken beschouwd als behorend tot de beste 19de-eeuwse Nederlandse auteurs.
Zie voor meer gegevens over de schrijfster de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren . Op de Beeldbank van het Regionaal Archief is beeldmateriaal over Bosboom-Toussaint te vinden.
Project Metamorfoze
Het album is in het kader van het project Metamorfoze geconserveerd en gedigitaliseerd. Metamorfoze is een landelijk programma voor conservering van bibliotheekmateriaal. Het is een initiatief van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en wordt gecoördineerd door het Bureau Metamorfoze van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. De instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de conservering van hun collecties. Metamorfoze verstrekt subsidie voor de uitvoering en zorgt voor professionele begeleiding. Voor de digitalisering wordt samengewerkt met het Geheugen van Nederland, een programma van de Koninklijke Bibliotheek gericht op digitalisering van belangrijke bronnen van cultureel erfgoed.
|