Het in 1254 aan Alkmaar verleende stadsrecht
In 1254 verkreeg Alkmaar stadsrechten van de Hollandse graaf Willem II. De oorkonde van de stadsrechtverlening is alleen in latere afschriften bewaard gebleven.
Wat was de betekenis van de stadsrechtverlening?
De graaf verleende in 1254 aan de Alkmaarders tolvrijheid in Holland en gaf tevens een aantal bepalingen inzake het poorterschap en de rechtspraak. In later tijd werd dit geheel aan regelgeving nog verder aangevuld en gewijzigd.
Waarschijnlijk was Alkmaar in 1254 al een klein stadje. Het vormde midden 12de eeuw al een eigen rechtsgebied. Dit wil niet zeggen dat de stadsrechtverlening in 1254 geen belangrijke wijzigingen bracht. Het in Alkmaar geldende recht werd nu typisch stedelijk. Belangrijk was bijvoorbeeld de bepaling dat Alkmaarse poorters niet horig konden zijn: het poorterschap hield in dat men vrij was. 'Stadslucht maakt vrij', werd dan ook gezegd.
Belangrijk was dat de verhouding tussen Alkmaar en de Hollandse graaf goed geregeld werd. Er waren nu duidelijke regels, op perkament vastgelegd. De stadsrechtverlening is een typisch voorbeeld van de toenemende verambtelijking en verschriftelijking van het bestuur in het graafschap Holland.
De akte van het stadsrecht uit 1254
De originele akte uit 1254 is niet bewaard gebleven. We moeten het doen met latere afschriften. Het oudst bewaarde afschrift in het Alkmaarse archief dateert van 12 oktober 1325. Daarnaast is er een afschrift bewaard gebleven uit 1463. We spreken in beide gevallen van een zogenaamde 'vidimus', een akte in de vorm van een verklaring door betrouwbare personen dat ze een bepaalde akte hebben gezien en waarbij die andere akte ook woordelijk in de verklaring wordt opgenomen. De genoemde stukken worden bewaard in het stadsarchief Alkmaar uit de periode 1254-1815 onder inv.nr. 1.
Vidimi (afschriften) van de akten van het Alkmaarse stadsrecht. De afschriften dateren uit 1325 (akte links) en 1463 (akte rechts). Door dubbel te klikken op het plaatje wordt een grotere afbeelding geladen.
De tekst van het Alkmaarse stadsrecht
N.B. Met dank aan drs. J.C.M. Cox, gemeentesecretaris van Alkmaar.
1254 juni 11 Stadsrecht Alkmaar Leiden
Willem II, Rooms koning, graaf van Holland,verleent stadsrechten aan de poorters van Alkmaar. Origineel niet voorhanden.Afschrift: B. (1325 okt. 12) Regionaal Archief Alkmaar, nr. 1 = vidimus van het origineel door Dirk, abt van Egmond, Werenbold, cureit van de kerk van Alkmaar, en Gerard van Heemskerk, ridder. – F. (1463 okt. 31, kamer van de abt van Egmond) RA Alkmaar, nr. 1 = vidimus van E. door Jacob van Poelgeest, abt van Egmond. Onderstaande tekst is naar F. (OHZ nr. 1009).
Wilhelmus Dei gratia Romanorum rex semper augustus universes presentes litteras inspecturis gratiam suam et omne bonum.Que geruntur in tempore, ne lapsu temporis dilabantur, convenit ut scripturarum memorie ac ydoneorum virorum testimonio commendentur. Ad notitiam igitur universorum volumus pervenire, quod nos, ob dileccionem libertatis opidi de Alcmaria peticioni opidanorum eiusdem benignius inclinati,
[Willem, bij de gratie Gods, Roomskoning , altijd geëerd, wenst allen die deze brieven zullen lezen zijn genade en alle goeds. Het past om de dingen die in de loop der tijd voorvallen aan het geheugen van geschriften en aan de getuigenis van betrouwbare mannen toe te vertrouwen opdat ze niet met het verstrijken van de tijd verdwijnen.
Derhalve willen wij dat het allen ter kennis komt dat wij, uit liefde voor de vrijheid van de stad Alkmaar het verzoek van de poorters van deze stad welwillend toegenegen, …]
1. ipsos liberos ab omni theloneo et exactione thelonei per aquas et terras in comitatu Hollandie dimisimus.
[ … hen vrijstellen van alle tol en tolbetaling op de wateren en in de landen in het graafschap Holland].
2. Preterea dictis opidanis talem contulimus libertatem, videlicet si alicui quitquam adversus aliquem opidanorum de Alcmaria displicuerit, nichil inde nisi iudicium scabinorum habere debet, nec nos neque nostra posteritas inde aliud requiremus.
[Bovendien geven wij de genoemde poorters zodanig voorrecht dat, als iemand een klacht tegen een poorter van Alkmaar wil indienen, hij alleen rechtspraak door schepenen behoort te krijgen, en wij noch ons nageslacht zullen dienaangaande andere rechtspraak eisen].
3. Si quis autem de circummanentibus alicui predictorum opidanorum iniuriam sive violenciam fecerit de bonis suis que iuste et sine querimonia possederit, villicus de Alcmaria cum universis, tam pauperibus quam divitibus illuc pergere debet et illam iniuriam corrigere sine nostra et nostrorum offensione.
[Als een vreemdeling een van de voornoemde poorters onrecht of geweld aandoet met betrekking tot diens goederen die hij rechtmatig en onbetwist bezit, moet de schout van Alkmaar met allen, zowel armen als rijken, daar op af gaan en dat onrecht bestraffen, zonder onze rechten en die van de onzen daarmee aan te tasten].
4. Ceterum de nostra et hominum nostrorum deliberacione dignum duximus concedendum ut opidum de Alcmaria eo iure gaudeat quod in tenore presentium continetur, videlicet, si quis de quacumque parte veniens in opidum memoratum, et opidanus fieri curaverit, porte et ingressus ei patebunt, ita quod prestito iuramento nobis et nostris heredibus et eidem opido fidelitatem faciat, sculteto quatuor denarios, preconi unum denarium, scabinorum voluntati tres solidos traditurus et hiis peractis iure opidani postmodum perfruetur.
[Voorts staan wij in overleg met onze mannen toe dat de stad Alkmaar het recht geniet dat in deze oorkonde is vervat, te weten dat als iemand, ongeacht waarvandaan, naar genoemde stad komt en hij poorter wil worden, de poorten en de toegangen voor hem open staan, mits hij ons en onze opvolgers en de stad trouw zweert, onder betaling van 4 penningen aan de schout, 1 penning aan de bode en voor het besluit van de schepenen 3 schellingen, en wanneer dit is afgehandeld zal hij voortaan het recht van de stad genieten].
5. Cuilibet autem opidano, si necesse fuerit, cedent quadraginta dies in mense Iulio et Augusto ad messes colligendas et totidem dies ad seminandum in autumpno extra limina opidi supradicti, ita quod dicto tempore transacto ad opidum redeat ibidem morando.
[Iedere poorter mag evenwel, als het nodig is, veertig dagen buiten de grenzen van voornoemde stad doorbrengen in de maanden juli en augustus om de oogst binnen te halen en evenveel dagen in de herfst om te zaaien, mits hij nadat vermelde tijd is verstreken terugkeert naar de stad om er verder te verblijven].
6. Similiter cedunt cuilibet noviter opidano facto ad inducendas res suas in opidum supradictum quadraginta dies.
[Op gelijke wijze heeft iedere nieuwe poorter veertig dagen de tijd om zijn bezittingen binnen de genoemde stad te brengen].
7. Cum autem aliquis opidanus fuerit in causam trahendus, debet citari per iudicem vel per preconem eius venturus ad iudicium post duas ebdomadas a die citacionis.
[Als evenwel een poorter een proces zal worden aangedaan, moet hij door de schout of diens bode worden gedagvaard twee weken na de dag van dagvaarding voor het gerecht te komen].
8. Opidanus vero citatus potest diem citationis anticipare et breviare, sed de iure cedunt ei due ebdomade. Predictus modus citandi locum habet tantum in causa, que vertitur inter opidanos.
[Een gedagvaarde poorter kan echter de termijn van dagvaarding verkorten, maar rechtens komen hem twee weken toe: voornoemde wijze van dagvaarden is alleen van toepassing op een rechtszaak tussen poorters].
9. Si vero quis extraneus opidanum coram iudice traxerit in causam, iudex tenebitur extraneo iusticiam facere infra terciam diem propter commodum extranei.
[Als echter een vreemdeling een poorter een proces aandoet voor de schout, moet de schout de vreemdeling binnen drie dagen recht doen ten gerieve van de vreemdeling].
10. Cum autem sive opidanus sive extraneus de querela, super que tractus est in causam, una et propria manu se debet excusare, confestim tenebitur se in iudicio excusare.
[Wanneer evenwel een poorter of een vreemdeling met betrekking tot een klacht waarover hem een proces is aangedaan, met alleen zijn eigen hand de onschuldseed moet afleggen, is hij verplicht deze eed onmiddellijk ter terechtzitting af te leggen].
11. Si vero per testes se debet excusare, cedent ei inducie deliberatorie per duas ebdomadas, ita tamen quod opidanus poterit ferre testimonium contra opidanum; et simplex opidanus ferens testimonium iurare tenebitur, scabinus vero iuratus sine iuramento poterit ferre testimonium.
[Als hij echter de onschuldseed met hulp van getuigen moet afleggen, dan krijgt hij twee weken uitstel voor beraad, met dien verstande dat alleen een poorter tegen een poorter getuigenis zal kunnen afleggen; en een gewone poorter die als getuige optreedt zal verplicht zijn te zweren. Een schepen of een gezworene zal daarentegen zonder eed een getuigenis kunnen afleggen].
12. Cum etiam quis citatur de re pecuniali, debet citari per iudicem vel preconem presentibus ad minus duobus opidanis, et in citatione debet taxari summa pecunie; et si citatus die prefixa in iudicio non comparuerit, conquerens tantum pecunie optinebit quanta fuit taxata in citatione contra illum qui citatus fuerit; et citatus, quia non comparuerit, debet iudici de banno tres solidos Hollandenses et duos solidos pro satisfactione persolvere conquerenti.
[Wanneer iemand wordt gedagvaard met betrekking tot een financiële kwestie, moet hij gedagvaard worden door de schout of de bode in het bijzijn van ten minste twee poorters, en in de dagvaarding moet het geldbedrag worden aangegeven; en als de gedagvaarde op de vastgestelde dag niet op de gerechtszitting verschijnt, verkrijgt de klager van de gedagvaarde zoveel geld als was aangegeven in de dagvaarding; en de gedagvaarde moet, omdat hij niet is verschenen, de schout vanwege de ban 3 schellingen Hollands betalen en de klager 2 schellingen Hollands bij wijze van genoegdoening].
13. Preterea si censuales alicuius domini alterius a nobis vel nostro sculteto ad iudicium citati fuerint, dominus eorum specialis poterit eos de iudice eripere, ita quod promittat certa fide infra quindenam se debere iuste iudicare; quod si non fecerit, de cetero non poterit eos eripere ab opidi iurisdictione.
[Voorts als tijnslieden van een andere heer door ons, of door onze schout, gedagvaard zijn voor het gerecht, dan zal hun eigen heer hen kunnen onttrekken aan het gerecht, op voorwaarde dat hij getrouw belooft zich te verplichten binnen twee weken naar behoren recht te doen; indien hij dit niet zal hebben gedaan, kan hij hen voortaan niet aan de jurisdictie van de stad onttrekken].
14. Item si opidanus a quocumque fuerit tractus in causam super re pecuniali, nisi de manu promissa que vulgo gheweddehant nuncupatur eum convincat, is qui convenitur propria manu se poterit excusare.
[Voorts als iemand een poorter een proces heeft aangedaan met betrekking tot een financiële kwestie, kan de gedaagde met zijn eigen hand [zelfstandig, zonder getuigen] de onschuldseed afleggen, tenzij de klager de poorter beklaagt over een handgelofte die gewoonlijk ‘gewedde hand’ wordt genoemd].
15. Cum vero aliquis super hereditate aliqua ad iudicium citatus prima die sibi prefixa non comparuerit in iudicio, citandus est secundo, et si secundo non comparuerit, tercio citabitur, et si tunc non venerit, tenebitur satisfacere iudici de utroque excessu persolvendo ipsi duos solidos. Si vero tercio non venerit, cadit citatus a causa, et hereditas super qua tractus est citatis in causam, ipsi abiudicabitur. Si autem conquerens aliqua die citacionis non comparuerit, cadit penitus a causa.
[Wanneer iemand die met betrekking tot een onroerende zaak is gedagvaard voor het gerecht, niet op de eerste voor hem vastgestelde dag voor het gerecht verschijnt, dan moet hij voor een tweede maal gedagvaard worden, en als hij voor de tweede maal niet verschijnt, zal hij voor de derde maal gedagvaard worden, en indien hij dan [niet] is verschenen, zal hij verplicht zijn aan de rechter genoegdoening te geven en voor beide overtredingen 2 schellingen Hollands aan hem te betalen. Als hij evenwel voor de derde maal niet is verschenen, verliest de gedagvaarde de rechtszaak en wordt de onroerende zaak waarover hem een proces is aangedaan, hem bij vonnis ontnomen. Indien de klager daarentegen niet op enige dag van dagvaarding is verschenen, verliest hij de rechtszaal geheel en al].
16. Cum quis debet iurare de re pecuniali, poterit cadere a causa et amittere si verbotenus male iuraverit vel contra modum iurandi venit. Si vero super hereditate iurare debeat, in primo vel secundo iuramento cadere non poterit; si autem tercio iurans debitum iurandi excesserit et male iuraverit, cadit a causa, et hereditas super qua tractus est in causam, ipsi abiudicabitur et adiudicabitur conquerenti; et quociens male iuraverit, tociens satisfaciet iudici duos solidos persolvendo eidem.
[Wanneer iemand een eed moet zweren met betrekking tot een financiële kwestie, dan kan hij de rechtszaak verliezen als hij de eed onjuist uitspreekt of inbreuk maakt op de wijze van zweren. Als hij echter met betrekking tot een onroerende zaak moet zweren, kan hij bij de eerste en de tweede eedaflegging zijn rechtszaak niet verliezen; als hij echter voor de derde maal de verplichte manier waarop gezworen moet worden overtreedt en verkeerd heeft gezworen, dan verliest hij de rechtszaak en wordt de onroerende zaak waarover hem een proces is aangedaan bij vonnis hem ontnomen en aan de klager toegewezen; en evenzovele malen als hij verkeerd heeft gezworen, zal hij de schout een boete geven door hem telkens 2 schellingen te betalen].
17. Preterea in eodem opido constituta sunt tria iudicia annualia, primum proxima tertia feria post Epyphaniam, secundum feria secunda post octavas Pasche, tertium feria secunda post festum Iohannis Baptiste, que ad hoc sunt instituta ut quilibet opidanus existens in possessione alicuius hereditatis, in quolibet trium predictorum iudiciorum compareat et ibidem super hereditate, si sit qui impetat, conveniatur; si vero non conveniatur, ipse postmodum iuxta sententiam scabinorum quiete suam hereditatem possideat. Et dicta iudicia sunt in ecclesia indicenda. Quieta vero hereditatis possessio non poterit confirmari et probari nisi per scabinos vel iuratos.
[Verder zijn in deze stad drie jaarlijkse rechtszittingen ingesteld, de eerste op de eerste dinsdag na Driekoningen, de tweede op de maandag na de octaaf van Pasen en de derde op de maandag na het feest van Johannes de Doper. Deze rechtszittingen zijn ingesteld met het doel dat iedere poorter die in het bezit is van een onroerende zaak, in een van de genoemde rechtszittingen kan verschijnen en daar, als er iemand is die hem aanspreekt, met betrekking tot die onroerende zaak kan worden gedagvaard; als hij echter niet wordt gedagvaard, zal hij daarna volgens vonnis van schepenen zijn onroerende zaak onbelemmerd bezitten. En genoemde rechtszittingen moeten in de kerk worden afgekondigd. Het onbelemmerde bezit van een onroerende zaak kan evenwel alleen door schepenen en gezworenen worden bekrachtigd en bewezen].
18. Si lis oriatur in opido, et iudex supervenerit et pacem comitis per duas ebdomadas servandam indixerit, et servata fuerit, et iterum per duas ebdomadas, et tercio per duas ebdomadas, et quarto per annum et unum diem, et quinto per annum et unum diem, et sexto per annum et unum diem iudex pacem comitis servari preceperit, et alter litigantium vel ambo contra preceptum iudicis venerint, solvet comiti decem libras;
[Als in de stad een twist ontstaat en de schout komt tussenbeide en bepaalt dat ’s graven vrede twee weken moet worden nageleefd, en hij wordt nageleefd, en de schout beveelt dat ’s graven vrede opnieuw twee weken moet worden nageleefd, en een derde maal twee weken, en een vierde maal een jaar en een dag, en een vijfde maal een jaar en een dag, en een zesde maal een jaar en een dag, en één van de twistenden of beiden verzetten zich tegen het bevel van de schout, dan zal hij [zullen zij] de graaf tien pond betalen].
19. et quilibet treugas frangens totidem, leso decem libras vel manum perdat; ita si per duos scabinos vel plures convictus fuerit vel convicti fuerint.
[En ieder die een vrede breekt evenzoveel, en zal, als hij door twee of meer schepenen schuldig is bevonden, aan de benadeelde tien pond betalen, of hij zal zijn hand verliezen].
20. Si quis alium instrumento acuto vulneraverit et super hoc per duos scabinos vel plures convictus fuerit, decem libras nobis persolvet et leso decem libras, vel manu[m] privabitur.
[Als iemand een ander met een scherp werktuig verwondt en zijn schuld daaraan is door twee of meer schepenen bewezen, zal hij tien pond aan ons betalen en de gewonde tien pond, of zijn hand zal worden afgehakt].
21. Preterea si quis alium infra mansionem suam per se vel per plures impecierit et eum occiderit, ipse impetitor sive grassator cum omnibus suis complicibus ibidem existentibus, si convicti fuerint per duos scabinos, erunt in potestate nostra vel nostrorum successorum nostre iurisdictionis dominium possidentium. Si vero grassator aliquem infra mansionem suam vulneraverit per se vel per alios, non tamen ad mortem, grassator, nisi videbitur universis scabinis quod gravius sit puniendus, decem libras et quilibet complicium suorum quadraginta quinque solidos Hollandensis monete nobis vel nostris successoribus persolvet, leso vero secundum scabinorum iudicium emendabit, si super hoc per scabinos fuerint convicti.
[Voorts als iemand, alleen of met meerderen, een ander in diens huis aanvalt en hem doodt, zal de aanvaller of aanrander met al zijn daar aanwezige medeplichtigen, als hun schuld door twee schepenen is bewezen, in onze macht zijn of in die van onze opvolgers die onze rechtsmacht bezitten. Als de geweldpleger echter, alleen of samen met anderen, iemand in diens huis verwondt maar niet dodelijk, zal de aanrander, tenzij alle schepenen vinden dat hij zwaarder gestraft moet worden, tien pond en ieder van zijn medeplichtigen 45 schellingen, Hollandse munt, betalen aan ons of aan onze opvolgers, maar de gewonde zal hij ter beoordeling van schepenen schadeloos stellen, als hij door schepenen daaraan is schuldig bevonden].
22. Si autem is, qui in propria mansione impetitur, viriliter se defendendo grassatorem et omnes complices suos cum eo existentes occiderit, de quolibet occiso quatuor denarios nobis vel nostris successoribus persolvet, et nos vel nostri successores tenebimur eum per hoc tueri et parentibus occisorum reconsiliare vel firmam pacem ei concedere.
[Als echter iemand die in zijn eigen huis wordt aangevallen, door zich manhaftig te verdedigen, de aanvaller en al diens daar aanwezige medeplichtigen, doodt, zal hij voor iedere dode aan ons of onze opvolgers 4 penningen betalen, en wij of onze opvolgers moeten hem met betrekking tot deze zaak beschermen en met de verwanten van de doden verzoenen of hem een zekere vrede bieden].
23. Item quilibet grassator, si de grassatione sua per scabinos fuerit convictus, caput pro capite, oculum pro oculo et simile membrum pro simili membro de proprio corpore amittere tenebitur.
[Iedere geweldpleger zal, als hij door schepenen schuldig is bevonden aan de geweldpleging, hoofd om hoofd, oog om oog en gelijk lid om gelijk lid van zijn eigen lijf moeten verliezen].
24. Preterea si quis quoscumque graves et capitales excessus perpetraverit, sive in furto, sive in incendio, sive in rapina, sive in exhibitione veneni vel alicuius mortiferi deprehensus et per scabinos convictus fuerit, ultimam et capitalem debet subire sententiam; si vero quis super hoc accusatus fuerit et non convictus per scabinos, sola manu sua iurando se poterit excusare.
[Voorts als iemand enigerlei zwaar en kapitaal misdrijf heeft gepleegd en hetzij voor diefstal, voor brandstichting, voor roof, voor het toedienen van vergif of van iets dodelijks wordt gegrepen, en door schepenen schuldig wordt bevonden, dan moet hij de hoogste en kapitale straf ondergaan. Echter, als iemand hiervan wordt beschuldigd en hij wordt niet door schepenen schuldig bevonden, dan kan hij de onschuldseed afleggen door met één hand te zweren].
25. Si quis autem furem in domo sua deprehenderit, tenebit furem, si poterit, et septem de vicinis suis advocabit, et furem ligatum tam diu cum vicinis suis tenebit quod eum die clara iudici presentare poterit, re quam furatus fuerat in dorso furis ligata, et tunc iudex in iudicio furem conveniat et eum iuxta sententiam scabinorum tractabit.
[Maar als iemand in zijn eigen huis een dief grijpt, dan zal hij hem vasthouden, als hij dat kan, en zeven van zijn buren er bij roepen, en hij zal samen met zijn buren de vastgebonden dief zo lang vasthouden totdat hij hem bij klaarlichte dag aan de schout kan overdragen, met de gestolen zaak op de rug gebonden, en dan zal de schout de dief ter terechtzitting aanklagen en met hem handelen volgens het vonnis van schepenen].
26. Quicumque alii debitis obligatus debita sua non valens persolvere, coram iudice si super debitis illis conveniatur, iudex debet debitorem custodie preconum deputare per duas ebdomadas servandum et medio tempore a preconibus pascendum, et post duas ebdomadas tradet iudex debitorem in potestate illius, cui debitor est, ita quod ille debitorem suum pascet non vexando corpus ipsius, et tenebit eum donec secum componat vel debita sua ei solvat vel remittat.
[Wie schulden heeft aan een ander en zijn schulden niet kan voldoen en hij in verband met die schulden voor de schout wordt gedaagd, moet de schout de schuldenaar aan de boden ter bewaring overdragen om twee weken vastgehouden te worden en gedurende die tijd door de boden worden gevoed. En na twee weken zal de schout de schuldenaar overdragen in de macht van degene wiens schuldenaar hij is, met de bepaling dat die zijn schuldenaar zal voeden zonder hem lichamelijk slecht te behandelen. En de schuldeiser zal hem vasthouden totdat de schuldenaar met de schuldeiser tot een vergelijk komt of hem zijn schulden betaalt of kwijtschelding van hem krijgt].
27. Si quis in iudicio coram iudice comparuerit, quicquid iuris, quoad illum iudicem contigerit, iudex exiget ab illo fideiussores primo, secundo et tercio, et ille se dixerit non habere quos det fideiussores, talis non tenebitur iudici quid solvere de bannis; si vero tacuerit et fideiussores non exhibuerit, iudex illum captum cum scabinis committet preconi in loco munito et preco tenebitur illum servare et de eo iudici respondere.
[Als iemand ter terechtzitting voor de schout verschijnt, en er is in rechte iets wat de schout aangaat, dan zal de schout eenmaal, andermaal, ten derde malen borgen van hem verlangen, en als hij zegt dat hij niemand heeft die hij als borg kan stellen, dan zal zo iemand geen boeten hoeven te betalen. Maar als hij zwijgt en geen borgen aanwijst, zal de schout samen met schepenen hem gevangen nemen en aan de bode toevertrouwen, om hem in een afgesloten plaats op te sluiten, en de bode zal hem in bewaring moeten houden en daarover aan de schout verantwoording afleggen].
28. Si opidanus in iudicio conveniatur et aliquid iuris circa eundem iudicem contigerit, et opidanus tantum boni iure opidanorum possideat, quod valet tantum, quantum ius contingens est iudicem circa ipsum, talis opidanus poterit a iudicio recedere sine fideiussoris exhibicione; si vero talis tantum boni non possideat predicto modo, oportet eum prestare caucionem fideiussoriam.
[Als een poorter voor het gerecht wordt gedaagd en er is in rechte iets wat de schout aangaat, en de poorter bezit zoveel goederen naar poortersrecht dat de waarde hiervan zoveel bedraagt als het recht wat de schout aangaat, dan kan deze poorter het gerecht verlaten zonder borg te stellen; maar als hij zoveel goederen op genoemde manier niet bezit, dan moet hij zekerheid stellen door middel van borgen].
29. Si quis in iudicio obloquitur scabinis et sententiam ipsorum, communi eorum consilio secundum iura opidana in iudicio traditam, inuste et contumaciter contradixerit, nobis vel nostris successoribus decem libras Hollandensium tenebitur pro satisfactione persolvere et unam libram cuilibet scabinorum.
[Als iemand ter terechtzitting schepenen tegenspreekt of een vonnis van hen, dat zij in gemeen beraad volgens het stedelijke recht ter terechtzitting hebben gewezen, moet hij aan ons of onze opvolgers tien pond Hollands betalen en aan elke schepen een pond].
30. Quicumque dederit alapam in faciem alterius, si per duos scabinos convictus fuerit, solvet iudici unam libram et leso unam libram.
[Wie iemand een slag in het gezicht geeft zal, als hij door twee schepenen schuldig is bevonden, aan de schout een pond betalen en aan de gekwetste een pond].
31. Si quis in domum aliquam dominum domus quesierit, emendabit eidem decem libris et comiti decem libris; si aliquem alium quam dominum domus ad aliquam domum quesierit, quesitor emendabit domino domus decem libris, quesito decem libris et comiti decem libris, et hoc manu pugnante, si per scabinos convincatur malefactor.
[Als iemand in een huis de heer des huizes aanvalt, zal hij hem tien pond boete betalen en de graaf tien pond. Als hij iemand anders dan de heer des huizes in een huis aanvalt, zal de aanvaller de heer des huizes tien pond betalen, de aangevallene tien pond, de graaf tien pond, en wel als het gewapenderhand gebeurde en hij door schepenen schuldig wordt bevonden].
32. Si quis extramanencium coram scabinis debitum certificaverit, nec curaverit solvere monitus, citabitur ad pretorium de Alcmaria de quindena ad quindenam per tres quindenas, et debitor non comparuerit ad iudicium, bannietur, nec unquam a banno absolvetur donec solverit comiti tres libras et creditori dampnum et debitum, et iustiario emendabit secundum consilium scabinorum. Si bannitus infra opidum venerit, iustiarius cum scabinis et aliis opidanis pro debito suo bannitum et pro banno suo et dampno arrestatum in bona et firma custodia reservabunt, donec debitum, dampnum et bannum comiti persolverit cum debita integritate.
[Als een vreemdeling ten overstaan van schepenen een schuld heeft bevestigd en hij heeft, daartoe gemaand, niet voor betaling gezorgd, zal hij tot drie maal toe gedagvaard worden om na veertien dagen voor het gerecht van Alkmaar te verschijnen, en verschijnt de schuldenaar niet voor het gerecht, dan zal hij verbannen worden en zal hij niet van de ban worden bevrijd voordat hij de graaf drie pond heeft betaald, aan de schuldeiser de schade en het verschuldigde bedrag, en de schout zal hij betalen volgens het oordeel van schepenen. Als de balling binnen de stad komt, zal de schout samen met de schepenen en de andere poorters de balling arresteren voor de schuld, voor de ban en voor de schade, en hem in goede en stevige gevangenschap houden totdat hij de schuld, de schade en de aan de graaf te betalen ban (boete) volledig heeft betaald].
33. Item si bannitus contumax opidum vitaverit, iustiarius cum opidanus de banniti bonis debitum, dampnum et bannum, si potens iustiarius fuerit, persolvet; si non poterit solvere per impotentiam suam, in primo adventu comitis faciet comes solvi debitum, dampnum et emendam.
[Evenzo als een eigenzinnige banneling de stad mijdt, dan zal de schout samen met de poorters de schuld, de schade en de boete betalen uit de bezittingen van de banneling, als de schout daartoe bij machte is; als hij niet tot betalen bij machte is, dan zal de graaf bij zijn eerstvolgende komst de schuld, de schade en de boete doen betalen].
34. Quicumque ad pulsacionem campane non venerit, solvet comiti libram unam.
[Wie op de klokkeslag niet verschijnt, betaalt aan de graaf één pond].
35. Opidanus qui interficitur, solvetur triginta duabus libris a parentibus malefactoris et omnia bona malefactoris erunt comitis; si interficitur in propria domo et ibi requisitus fuerit, solvetur sexaginta quatuor libris. Scabinus si interficiatur, solvetur quadraginta duabus libris; si quesitus fuerit ad domum suam et interficiatur ibidem, solvetur octoginta quatuor libris.
[Voor een poorter die wordt gedood, zal door de verwanten van de dader worden betaald met 32 pond, en alle goederen van de dader zullen aan de graaf komen. Als hij in zijn eigen huis wordt gedood en hij werd daar aangevallen, dan zal 64 pond worden betaald. Als een schepen wordt gedood, wordt betaald met 42 pond; als hij wordt aangevallen in zijn eigen huis en hij wordt daar gedood, zal 84 pond worden betaald].
36. Si quis pugnaverit infra libertatem, cogetur emendare ibidem vel bannietur.
[Als iemand binnen vecht binnen de stadsvrijheid, zal hij daar genoegdoening moeten geven of hij zal verbannen worden].
37. Quicumque canipulum portaverit, solvet comiti decem libras. Quicumque traxerit irato animo, quindecim libras. Quicumque alium inde vulneraverit, amittet manum. Qui aliquem inde interfecerit, si captus fuerit, interficietur.
[Wie een dolk draagt, zal de graaf tien pond betalen. Wie hem in woede trekt, vijftien pond. Wie er een ander mee verwondt, zal zijn hand verliezen. Wie er een ander mee doodt, zal, als hij gevangen wordt, worden gedood].
38. Si quis tabernam intraverit ut bibat ibidem, vinitor debet ei vinum iuxta certam et debitam mensuram porrigere; et cum ille, si opidanus fuerit, ad libitum suum biberit, facta computatione si solvere confestim non poterit, usque mane recedat, vinitori vinum suum ante meridiem crastina die persoluturus. Si autem ante tempus predictum vinum vinitori non persolverit et querimonia super hoc ad iudicem suum delata fuerit, debitor ille vinum suum vinitori persolvat et tres solidos iudici et duos solidos vinitori pro satisfactione.
[Als iemand een taverne binnengaat en daar drinkt, moet de waard hem wijn schenken volgens de geijkte en verplichte maat; en als hij, een poorter, naar zijn believen heeft gedronken en na het opmaken van de rekening niet direct kan betalen, dan zal hij een dag later terugkomen om de waard vóór de middag zijn wijn te betalen. Maar als hij de waard vóór genoemd tijdstip zijn wijn niet heeft betaald en daarover bij de schout een klacht is ingediend, dan zal die schuldenaar aan de waard zijn wijn betalen en aan de schout 3 schellingen en aan de waard 2 schellingen ter genoegdoening].
39. Quicumque de quacumque de falsa mensura fuerit accusatus et per duos scabinos convictus, tenebitur tres libras iudici persolvere.
[Wie van valse maat is beschuldigd en door twee schepenen schuldig is bevonden, zal aan de schout drie pond betalen].
40. De hereditate vero de Alcmaria observabitur inter opidanos consuetudo secundum quod ibidem est hactenus observata, hoc tamen adiecto quod hereditas opidanorum, sive iacet infra Alcmariam, sive extra libertatem, quod ad proximum heredem sue consanguinitatis, sive sit filius eius sive filia, iure hereditario devolvetur.
[Met betrekking tot een erfenis zal in Alkmaar tussen poorters de gewoonte in acht worden genomen zoals die daar tot nu toe in acht is genomen, dit evenwel met de toevoeging dat onroerend goed van poorters, of die nu binnen Alkmaar liggen of buiten de vrijheid, naar erfrecht aan de naaste erfgenaam onder zijn bloedverwanten komen, of dat nu een zoon is of een dochter].
41. Si quis autem aliquid iuris iudicem contingens violenter a iudicio transtulerit, si super hoc per duos scabinos convictus fuerit, dabit quindecim libras pro satisfactione iudici nostro vel successorum nostrorum.
[Als iemand iets van recht wat de schout aangaat met geweld uit de rechtszitting wegvoert zal hij, als hij door twee schepenen is schuldig bevonden, vijftien pond betalen aan onze schout of die van onze opvolgers].
42. Quicumque opidanus uxorem habet, que pistare vel braxare consueverit, is poterit per eam panem iuxta plenitudinem unius fornacis amittere, sic et unam cervisiam, ita quod maritus suus non poterit contra hoc actionem habere. Eodem modo si uxor alicuius fila lanea vel linea emere consueverit, is poterit per eam pondus filorum, quod lapis vocatur deperdere. Si vero uxor alicuius non soleat negotiari publice, vir ipsius dampnum quatuor denariorum poterit per eam incurrere.
[Een poorter die een vrouw heeft die brood pleegt te bakken of bier pleegt te brouwen, kan door haar toedoen een volle oven brood verliezen, zo ook een brouwsel bier, zonder dat haar man hiertegen een rechtsvordering kan instellen. Evenzo kan iemand wiens vrouw wollen of linnen garen pleegt te kopen of te verkopen, door haar toedoen een verlies aan garen, tot een gewicht dat steen wordt genoemd, lijden. Als iemands vrouw echter niet in het openbaar handel pleegt te drijven, kan haar man door haar toedoen slechts een schade oplopen van 4 penningen].
43. Si res furtiva ab aliquo qui legitimus est fuerit deprehensa et verus possessor rem illam per testes optinuerit, vir ille poterit se excusare tercio, ita tamen quod vir ille de cetero iuramentum in aliquo casu prestare non poterit, et is qui rem suam optinuit, duos solidos iudici et quatuor denarios conferet preconi.
[Als men bij iemand die als betrouwbaar bekend staat een gestolen zaak in beslag is genomen, en de werkelijke eigenaar weet die zaak door middel van getuigen terug te krijgen, dan zal de eerstgenoemde man zich tot drie keer van schuld kunnen zuiveren, met dien verstande dat die man daarna geen eed meer kan afleggen in enigerlei rechtszaak, en hij die zijn zaak heeft teruggekregen zal de schout 2 schellingen en de bode 4 penningen betalen].
44. Preterea tale ius opidanus memoratis concessimus et tradidimus, ut nullus extraneus sive vicinus eorum, nec miles, nec alius quilibet opidanum de Alcmaria quemquam aliqua ratione ad duellum provocare infra predictum opidum vel usquam in nostra potestate vel nostrorum successorum poterit, nec opidanus opidanum.
[Voorts hebben wij genoemde poorters het recht verleend en gegeven, dat geen enkele vreemdeling of iemand uit de omgeving, noch een ridder noch enig ander persoon, een poorter van Alkmaar om enige reden binnen genoemde stad of waar dan ook binnen ons rechtsgebied of dat van onze opvolgers tot een tweegevecht kan uitdagen, noch een poorter een andere poorter].
45. Si quisquam aliquem infra libertatem opidi supradicti acuto instrumento vel aliquo alio peremerit et instrumentum abiecerit, excusationem poterit exhibere, nisi duobus scabinis vel pluribus fuerit convictus; de quo etiam si querimonia fiat, in quatordecim et tribus diebus ante tribunal debet vocari et si non ad talem terminum comparuerit, diiudicabitur et pro proscripto reputabitur. Si autem infra terminum ad quem idem grassator ad iudicium vocatur, conductum requisierit a iudice, nec optinuerit, nequaquam diiudicari poterit.
[Als iemand een ander binnen de vrijheid van de bovengenoemde stad met een scherp werktuig of met iets anders heeft gedood en dat werktuig wegwerpt, dan kan hij de onschuldseed afleggen, tenzij hij door twee of meer schepenen schuldig is bevonden; en als hierover een klacht wordt ingediend, moet hij driemaal veertien dagen op drie dagen voor het gerecht worden gedagvaard, en als hij op een van de vastgestelde dagen niet is verschenen, zal hij worden veroordeeld en vogelvrij verklaard. Maar als de geweldpleger binnen de termijn waarin hij is gedagvaard de schout om vrijgeleide verzoekt, en hij krijgt die niet, dan kan hij niet veroordeeld worden].
46. Extraneus contra opidanum testimonium non poterit perhibere.
[Een vreemdeling zal geen getuigenis kunnen afleggen tegen een poorter].
47. Si femina vi oppressa et stupro violata querimoniam fecerit sine septem testibus, tam viris quam mulieribus probatis et honestis, processum in querimoniam habere non debet.
[Als een vrouw die gewelddadig is aangerand en verkracht, een klacht indient zonder zeven betrouwbare en eerzame getuigen, mannen dan wel vrouwen, kan haar klacht geen gevolg hebben].
48. Si quis bona pignoris titulo sibi obligata possederit sine reclamatione per annum et amplius et aliquis eidem iniurietur, sola manu iurando confirmabit quicquid in illis bonis habuerit.
[Als iemand goederen die hem in pand zijn gegeven een jaar en langer onbetwist in zijn bezit heeft en iemand spreekt hem in rechte aan, dan zal hij enkel door met de hand te zweren [enkelvoudige eed] bevestigen welk recht hij op de goederen heeft].
49. Si duo coram iudice vocati causam tractaverint quorum alter, qui cadit a causa, reliquo, qui partem suam optinuerit, expensas solvere tenetur, ita quod ille, qui causam suam defensaverit, valorem expensarum de consilio aliorum scabinorum iuramento taxabit.
[Als twee personen voor de schout gedaagd een proces voeren, dan moet degene van hen die het proces verliest aan de ander die het proces wint, de kosten betalen, met dien verstande dat hij die het proces heeft gewonnen, het bedrag van zijn kosten door middel van een eed en bij besluit van schepenen zal vaststellen].
50. Preco non vocabit opidanum ad iudicium nisi ad domum ipsius coram duobus opidanis vel pluribus.
[De bode zal een poorter niet dagvaarden voor het gerecht dan aan diens eigen huis en in aanwezigheid van twee of meer poorters].
51. Ad consilium scabinorum nemo presumat accedere nisi vocatus ab ipsis scabinis.
[Niemand zal het zich veroorloven de vergadering van schepenen te betreden, tenzij hij door henzelf is geroepen].
52. Sententiam scabini cum consilio aliorum scabinorum factam et stabilitam nemo poterit cassare.
[Niemand kan het vonnis van een schepen vernietigen dat met medewerking van andere schepenen is gegeven en bevestigd].
53. Si virum quempiam femina aliqua de oppressione violenta et violentia stupri septem testibus, tam viris quam mulieribus, ydoneis et probatis, in iudicio convicerit, ille violator capitali sententia plectendus erit.
[Als een vrouw met zeven betrouwbare en eerbare getuigen, mannen zowel als vrouwen, ter terechtzitting bewijst dat een bepaalde man schuldig is aan aanranding en verkrachting, dan zal die schenner met de dood moeten worden gestraft].
54. Si quis patrimonium vel hereditatem alicuius mercatus fuerit et testimonio scabinorum sine reclamatione per annum et diem vel amplius possederit, possessor ipsius patrimonii vel hereditatis nulli post dictum terminum etiam si impetatur, tenebitur respondere.
[Als iemand een geërfde onroerende zaak van iemand anders koopt en dat bij getuigenis van schepenen gedurende een jaar en een dag of langer ongemoeid heeft bezeten, hoeft de bezitter van die zaak na de genoemde termijn op niemands aanspraken in te gaan, ook als hij daarover wordt aangeklaagd].
55. Quicumque coram duobus opidanis a iudice vel precone in opido arrestatus sine licentia iudicis ab opido recesserit et super hoc per duos scabinos convictus fuerit, quadraginta quinque solidos solvet iudici ad emendam.
[Wie, na door de schout of de bode ten overstaan van twee poorters in de stad onder arrest te zijn gesteld, zonder verlof van de schout de stad verlaat en hieraan door twee schepenen schuldig is bevonden, zal de schout een boete van 45 schellingen betalen].
56. Quicumque aliquem de debito in aliquo iudicio conveniat et super eo testes ydoneos habeat, testes solo iuramento testimonium perhibeant, sed actor non tenebitur iurare.
[Wie iemand wegens een schuld op een terechtzitting aanklaagt en daartoe geloofwaardige getuigen heeft, dan zijn alleen de getuigen verplicht met een eed te getuigen, maar de klager hoeft geen eed af te leggen].
57. Postquam aliquis factus fuerit opidanus, nulli tenebitur esse servilis, sed secundum iura opidi libertate fruetur.
[Nadat iemand poorter is gemaakt zal hij aan niemand horig zijn, maar zal hij de vrijheid genieten volgens het recht van de stad].
58. Preterea sciendum est quod filii sacerdotum vel aliqui, qui de legitimo thoro non sunt generati, non debent nec tenebuntur testimonium ferre in preiudicium bonorum vel iure alicuius opidani.
[Voorts dient men te weten dat zonen van priesters of allen die niet uit wettigen bedde zijn geboren, geen getuigenis mogen afleggen noch verplicht kunnen worden een getuigenis af te leggen ten nadele van de goederen of van het leven van een poorter].
59. Si quis infra libertatem de Alcmaria terram habuerit sub annuo censu, soluto censu quamdiu vixerit optinebit, vel libere poterit vendere soluto duplici censu domino ipsius terre. Verum si vir vel femina qui possidet terram censualem obierit, proximus heres soluto duplici censu vero domino terre eam optinebit iure hereditario et sic a progenie in progeniem et in perpetuum.
[Als iemand binnen de stadsvrijheid van Alkmaar grond heeft tegen betaling van een jaarlijkse tijns, zal hij deze mits de tijns betaald is bezitten zolang hij leeft, en kan hij deze [grond] vrijelijk verkopen na betaling van de dubbele tijns aan de heer van die grond; maar als de man of de vrouw die de tijnsgrond bezit overlijdt, zal de naaste erfgenaam deze [grond] krachtens erfrecht verkrijgen na betaling van de dubbele tijns aan de ware heer van de grond, en zo van geslacht op geslacht tot in eeuwigheid].
60. Si quis autem aliquem infra libertatem de Alcmaria leserit aut vulneraverit dum campana pulsatur pro communi utilitate opidi aut infra tres dies post pulsationem campane, solvet nobis decem libras, leso decem libras, si per duos scabinos convictus fuerit.
[Maar als iemand binnen de vrijheid van Alkmaar een ander kwetst of verwondt terwijl de klok wordt geluid vanwege het gemeenschappelijke belang van de stad, of binnen drie dagen na het luiden van de klok, zal hij ons tien pond betalen en de gekwetste tien pond, als hij door twee schepenen schuldig wordt bevonden].
61. Insuper scabinis de Alcmaria licentiavimus facere nova statuta vel precepta cum consilio sculteti nostri ad dimidium annum vel ad integrum durantia, que scabini confirmaverint, utilia universitati aut parti maiori, nostra iurisdictione in hac reservata.
[Bovendien staan wij schepenen van Alkmaar toe om in overleg met onze schout in het belang van de gemeenschap of de meerderheid daarvan nieuwe voorschriften of statuten te maken voor de duur van een half jaar of een heel jaar, welke schepenen met een eed dienen te bekrachtigen, behoudens onze rechtsmacht in dezen].
62. Quicumque opidanus non iuvaret universitatem ad compellendum extraneos, ne aliquid faciant contra ius opidi de Alcmaria, solvet nobis unam libram et perdet opidum per annum integrum.
[Iedere poorter die de gemeenschap niet bijstaat om vreemdelingen te verdrijven, opdat zij niets tegen het recht van de stad Alkmaar ondernemen, zal aan ons een pond betalen en gedurende een heel jaar het poorterschap verliezen].
63. Item predictis opidanis damus presentibus in mandatis, ut iuramento prestito confirment, quod unusquisque alii ius suum confirmabit.
[Voorts geven wij hierbij de voornoemde poorters de opdracht dat zij door het afleggen van een eed bekrachtigen dat een ieder de ander zijn recht zal bevestigen].
64. Si vero aliquis opidanus debitorem sui opidani in hospitio suo contradicente creditore receperit, hospes recipiens tenebitur coopidano creditori respondere de pecunia, quam sibi debet hospes receptus.
[Als een poorter een schuldenaar van een [mede] poorter onderdak verschaft terwijl de schuldeiser daar bezwaar tegen maakt, dan zal degeen die onderdak verschaft, verplicht zijn tegenover zijn [mede] poorter, de schuldeiser, verantwoording te doen van het geld dat de gast die hij onderdak verschaft hem schuldig is].
65. Omne pignus et bona pignori obligata, sive in humidis, sive in siccis, sive in decimis vel aliis bonis, nos vel comes Hollandie prefatis opidanis secundum consuetudinem opidi Alcmarie ipsis opidanis conservabimus; et unusquisque suo conburgensi in conservatione bonorum pignorum obligatorum, que in presenti possident, fideliter assittent, quousque redempta fuerint secundum beneplacitum creditorum, qui ea tenent obligata; et hoc predicti opidani iuramento confirmabunt.
[Elk pand en door verpanding bezwaarde goederen, bestaande uit hetzij natte hetzij droge zaken hetzij tienden hetzij andere goederen, zullen wij, graaf van Holland, voor de voornoemde poorters overeenkomstig de gewoonte van de stad Alkmaar [voor die poorters] bewaren; en eenieder zal zijn [mede]burger trouw bijstaan in de bewaring van door verpanding bezwaarde goederen die zij thans bezitten, totdat zij gelost worden naar goedvinden van de schuldeisers die ze in pand houden; en dit zullen de voornoemde poorters met een eed bevestigen].
66. Item si aliquis circummanentium legitime commonitus debita opidano de Alcmaria solvere neglexerit, scultetus cum opidanis de suo tantum accipiet, quod creditori suo satisfaciat competenter.
[Voorts als iemand van de omwonenden, na wettig te zijn aangemaand nalaat zijn schulden aan een poorter van Alkmaar te betalen, zal de schout samen met de poorters zoveel van zijn bezit nemen om zijn schuldeiser naar behoren te voldoen].
67. Adhec si occasione alicuius nobilis vel ministerialis opidanus Alcmarie bannitus fuerit vel arrestatus, nos vel comes ipsum talem habebimus, quod opidanum et bona ipsius faciemus absolvi, vel de suo tantum accipiemus, quod opidano faciemus satisfieri competenter.
[Bovendien als op verzoek van een edelman of een dienstman een poorter van Alkmaar is gedagvaard en aangehouden, zullen wij, de graaf, hem dusdanig behandelen dat de poorter en zijn goederen worden vrij gegeven of dat wij zoveel van het zijne in beslag nemen als genoeg is om de poorter [schuldeiser] naar behoren te voldoen].
68. Opidani de Alcmaria nobis aut vero domino Hollandie in expeditione nostra vel veri domini Hollandie post decennium cum tot hominibus servient;
[De poorters van Alkmaar zullen ons, of de wettige heer van Holland, na tien jaren in onze heervaart dienen met zoveel mannen [als nader bepaald zal worden], …].
69. similiter precariam sive petitionem nobis vel vero domino Hollandie statuendis temporibus post predictum decennium persolvent,
[… evenzo zullen zij ons of de wettige heer van Holland, na de voornoemde tien jaren, op een nader te bepalen tijdstip de bede betalen,].
70. aut si verus dominus Hollandie ad curiam imperatoris ire contigerit, aut uxorem ducere, vel militem fieri, sive aliquam sororum eiusdem nubere, vel fratrem seu filium nostrum vel verum dominum Hollandie militem fieri aut uxorem ducere, tot libras ad quodlibet istorum persolvent, prout nos predictis decem annis elapsis consilio nostro et scabinis eiusdem opidi rationabiliter taxandum duxerimus et etiam ordinandum; nam nos ipsos ex speciali gratia per predictos decem annos ab omnibus exactionibus supradictis, excepta expeditione contra Frisones, duximus penitus eximendos.
[… of als de wettige heer van Holland naar het hof van de keizer reist, of trouwt of tot ridder wordt geslagen, of een van zijn zusters trouwt, of als een broer of een zoon van ons of van de wettige heer van Holland ridder wordt of trouwt, zullen zij bij ieder van die gelegenheden, na genoemde periode van tien jaren, zoveel pond betalen als wij in onze raad en met schepenen van die stad naar redelijkheid zullen schatten en vaststellen; als bijzondere gunst zullen wij hen gedurende tien jaren vrijstellen van alle voornoemde heffingen, met uitzondering van de heervaart tegen de [West-] Friezen].
Ut autem hec libertas et predicta omnia, que in presenti pagina continentur expressa, firma et inconvulsa permaneant et in perpetuum duratura, presens scriptum exinde fieri et sigillo maiestatis nostre iussimus communiri. [Opdat evenwel de vrijheid en alle voorgenoemde zaken die in deze oorkonde uitdrukkelijk zijn vervat, van kracht en onaangetast blijven en tot in eeuwigheid durende, hebben wij bevolen deze oorkonde daarvan te vervaardigen en met het zegel van onze heerschappij te bekrachtigen]. Datum Leyden tertio ydus Iunii, indictione duodecima, anno Domini M CC quinquagesimo quarto. [Gegeven te Leiden, in het jaar des Heren 1254, op 11 juni].
|